Ambities van ZZP’ers en onderliggende factoren in kaart gebracht.

1 Flares 1 Flares ×


Ambities van ZZP’ers. Wat drijft hen, wat vinden zij belangrijk? In hun ondernemerschap, in de manier waarop ze zichzelf willen ontwikkelen. Een onderwerp waar weinig onderzoek naar gedaan is. Met als gevolg dat beleidsmakers en de politiek soms met voorstellen komen waar de meeste ZZP’ers van gruwelen. Esther Ramackers deed in het kader van haar masterstudie Entrepreneurship and Strategy Economics aan de Erasmus Universiteit een verkennend onderzoek naar die ambities en de onderliggende factoren. Voor 80% van de ZZP’ers geldt dat ze vanwege een kans zelfstandig ondernemer zijn geworden. Een flink deel van de ZZP’ers is van mening dat sociale zekerheid als ZZP’er moeilijk te realiseren is.

Het is een open deur op dit kennisplatform, maar toch: zelfstandigen in Nederland zijn in toenemende mate  van belang voor onze economie. Door het stijgende aantal zelfstandigen, door de rol die zij spelen in de flexibilisering van organisaties en de arbeidsmarkt. Schoorvoetend weet de politiek de ZZP’ers te vinden als politiek thema. Daar hebben we het de afgelopen week hier op ZiPconomy ook al een aantal keer over gehad. De politieke partijen komen met voorstellen die soms wel en soms ook geheel niet op enthousiasme kunnen rekenen bij de ZZP’ers zelf. Er wordt nogal eens de plank misgeslagen. Niet op de laatste plaats omdat er nog al eens misverstanden zijn omtrent ZZP’ers. Wat drijft hen, waar liggen hun ambities, waar willen zij in ondersteunt worden en waarin niet?

Goed en belangrijk dus dat Esther Ramackers in het kader van haar masterstudie onderzocht wat de ambities van ZZP’ers zijn en welke factoren van invloed zijn op deze ambities. Haar ‘verkennende onderzoek’ – zoals ze dat zelf omschrijft – richt zich voornamelijk op ZZP’ers in de bouw, zakelijke dienstverlening en zorg. Sectoren met veel zelfstandigen.

Esther staat op de ‘longlist’ van de ZiPconomy Scriptieprijs en is dus één van de kanshebbers om genomineerd te worden voor de finaleronde op 21 november in het SER-gebouw. We spraken haar alvast over haar onderzoek en de belangrijkste resultaten.

Hoe ben je zo op het onderwerp ZZP’ers en hun ambities gekomen?

Voor mijn masterscriptie wilde ik een onderwerp hebben dat ik zowel interessant als relevant vind. ZZP’ers hebben mij altijd geïnteresseerd vanwege de flexibiliteit die zij hebben en de diversiteit van activiteiten waarmee zij zich bezighouden. ZZP’ers zijn ook een type ondernemer waar je vanwege de kleinschaligheid je als niet-ondernemer gemakkelijk mee kunt identificeren en dat spreekt mij aan. Zelf heb ik ook de ambitie om ooit mijn eigen bedrijf te starten als ZZP’er.

Waarom worden mensen ZZP’er? Wat zijn de belangrijkste motieven die je hebt gevonden.

In mijn onderzoek heb ik onder meer gekeken naar de voornaamste startreden van iemand om een eigen bedrijf te beginnen. Dit kan voornamelijk zijn vanwege noodzaak, bijvoorbeeld omdat iemand zich in een situatie van werkloosheid bevond en werk nodig had. Het kan ook zijn dat iemand voornamelijk werd geleid door een kans, zoals de mogelijkheid dat iemand een gat in de markt zag en hierop inspeelde door een eigen bedrijf te starten. Het merendeel van de ZZP’ers die hebben deelgenomen in mijn onderzoek (79,1%) zijn hun bedrijf voornamelijk begonnen vanwege een kans. Daarentegen gaven 20,9% van de ZZP’ers aan dat hun voornaamste startreden een noodzaak was.

Je hebt in je onderzoek gekeken naar verschillende typen ambities. In welke mate leven de verschillende ambities onder ZZP’ers?

Het onderzoek kijkt naar een aantal sociale ambities en een aantal carrière ambities.  De sociale ambities richten zich op individueel niveau (betere familie-werk balans) en maatschappelijk niveau (iets doen voor de samenleving). De carrière ambities zijn gericht op een aantal financiële groeiambities (bedrijf als voornaamste inkomstenbron, pensioenopbouw), innovatieve ambities (dienst op een vernieuwende manier aanbieden, nieuwe markten betreden) en operationele ambities (samenwerken, specialiseren).

De resultaten geven aan dat er verschillende ambities onder ZZP’ers bestaan in zeer uiteenlopende niveaus. Er lijkt een consensus te zijn als het gaat om de ambitie om het bedrijf als voornaamste inkomstenbron te gebruiken. De overgrote meerderheid van ZZP’ers (71,3%) heeft de ambitie om het bedrijf als voornaamste inkomstenbron te gebruiken. De ambities om activiteiten te ondernemen ten behoeve van de samenleving, middels het bedrijf aan het pensioen te bouwen, diensten op een vernieuwende manier aan te bieden, en samen te werken met andere ZZP’ers zijn ook aanzienlijk hoog. Minder prominente ambities zijn de ambitie om een betere familie-werk balans te creëren, nieuwe markten te betreden en te specialiseren.

Mijn  onderzoek laat zien dat er een verband is tussen het opleidingsniveau van de ZZP’er en zijn ambities: hoe hoger het niveau van opleiding des te hoger de ambitie. Het betreft de ambitie om activiteiten te ondernemen ten behoeve van de samenleving, de ambitie om het bedrijf als voornaamste inkomstenbron te gebruiken, de ambitie om diensten op een vernieuwende manier aan te bieden, de ambitie om nieuwe markten te betreden, de ambitie om samen te werken met andere ZZP’ers en de ambitie om te specialiseren. Andere kenmerken die een positieve invloed lijken te hebben op het niveau van diverse ambities zijn beroepsmatige betrokkenheid (fulltime ZZP’er, parttime ZZP’er, bedrijf als nevenactiviteit) en leeftijd van het bedrijf. Daarentegen lijkt een hogere  leeftijd van de ZZP’er juist  met een lagere ambitie in verband gebracht te kunnen worden. Het gaat hier om de ambitie om het bedrijf als voornaamste inkomstenbron te gebruiken en de ambitie om via het bedrijf aan het pensioen te bouwen. Ook lijkt de regio waar een ZZP’er actief is van invloed te zijn op het ambitieniveau. De sector is niet geassocieerd met het ambitieniveau. Wel kan geconcludeerd worden dat ZZP’ers in de zorg meer kans hebben op een lager niveau van de ambitie om het bedrijf als voornaamste inkomstenbron te gebruiken dan ZZP’ers in de zakelijke dienstverlening.

Je heb ook nadrukkelijk gekeken naar de onderliggende factoren van de ambities van ZZP’ers. Wat zijn daaruit de belangrijkste conclusies?

In mijn onderzoek heb ik de nadruk gelegd op een aantal factoren die voor de ZZP’er intern zijn (voornaamste startreden en niveau van behoefte aan prestatie) en een aantal factoren die voor de ZZP’er extern zijn (diverse aspecten van het ondernemingsklimaat).
In het algemeen is gebleken dat de aanwezige hoeveelheid sociaal kapitaal (netwerk), het niveau van behoefte aan prestatie, opleidingsniveau en beroepsmatige betrokkenheid (fulltime ZZP’er, parttime ZZP’er, bedrijf als nevenactiviteit) belangrijke onderliggende factoren zijn van een groot aantal ambities. Deze factoren lijken een positieve invloed te hebben op het ambitieniveau.

Zijn er nog grote regionale verschillen? En heb je enig idee hoe dat komt?

In mijn onderzoek zijn de markten ingedeeld in vier regio’s: Randstad (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht), transitiegebied (Flevoland, Gelderland, Noord-Brabant), overig (Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Limburg, Zeeland), buitenland.

Mijn onderzoek wijst uit dat er een verband is tussen de locatie van de markt en bepaalde ambities. Het onderzoek suggereert dat ZZP’ers die actief zijn in Flevoland, Gelderland, Noord-Brabant lagere ambities hebben om activiteiten te ondernemen ten behoeve van de samenleving dan ZZP’ers die actief zijn in de rest van het land. ZZP’ers die actief zijn in de Randstad lijken hogere ambities te hebben als het gaat om middels het bedrijf aan het pensioen te bouwen dan ZZP’ers die niet actief zijn in deze regio. Het onderzoek suggereert vervolgens dat ZZP’ers die actief zijn in de overige regio en ZZP’ers die actief zijn in het buitenland hogere ambities hebben om nieuwe markten te betreden dan de overige ZZP’ers. Een invloed van de locatie van de markt op ambities zou kunnen komen door de mogelijkheden die een regio te bieden heeft. In sommige regio’s kan het waarschijnlijker zijn dat de ZZP’er hogere ambities heeft omdat de markt in de regio gunstig is voor zijn bedrijf. Een gunstige omgeving kan de positie van de ZZP’er versterken en wanneer de ZZP’er erkent dat het gemakkelijker is voor hem om dingen te bereiken kan dit leiden tot hogere ambities.

Het concurrentieniveau lijkt een negatieve invloed te hebben op de ambitie om activiteiten te ondernemen ten behoeve van de samenleving en de ambitie om nieuwe markten te betreden. Voor ZZP’ers die meer concurrentie ervaren is het waarschijnlijker dat zij deze ambities in minder sterke mate hebben dan ZZP’ers die minder concurrentie ervaren.

Wat zijn nu de belangrijkste factoren die de ambities van ZZP’ers hinderen? Welke barrières zijn er?

De leeftijd van de ZZP’er lijkt een negatieve invloed te hebben de ambitie om het bedrijf als voornaamste inkomstenbron te gebruiken en de ambitie om middels het bedrijf aan het pensioen te bouwen. Van oudere ZZP’ers is het waarschijnlijker dat zij deze ambities in minder sterke mate hebben dan jongere ZZP’ers. Waarschijnlijk hebben oudere ZZP’ers ook aanvullende inkomstenbronnen zoals bijvoorbeeld een pensioen.

ZZP’ers zijn zelfstandigen. Ze laten zich niet zo makkelijke ‘vertegenwoordigen’ of vangen door platforms of verenigingen. Komt er iets uit je onderzoek naar voren waar dit soort organisaties iets aan hebben?

Zeer zeker. In mijn onderzoek worden implicaties aangereikt voor diverse partijen: ondersteunende organisaties voor de overheid. Zo lijkt er bijvoorbeeld een consensus te zijn als het gaat om de ambitie om het bedrijf als voornaamste inkomstenbron te kunnen gebruiken. Ondersteunende organisaties kunnen zich sterk maken voor deze ambitie.

Sociale media wordt steeds belangrijker in het dagelijks leven en dit kan ook van belang zijn voor het stimuleren van vele ambities. De positieve relatie tussen sociaal kapitaal en diverse ambities benadrukt dat netwerken een belangrijke factor is voor het bepalen van ambitie. Het belang van sociaal kapitaal (netwerken) is ook benadrukt door mijn onderzoek. Ondersteunende organisaties kunnen zich inzetten om de netwerken van ZZP’ers te versterken. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van bijeenkomsten voor ZZP’ers en via sociale media. ZZP’ers komen met elkaar in contact via platforms en forums. Ondersteunende organisaties kunnen hierop inspelen en de netwerken van ZZP’ers versterken.

Tot slot: de verkiezingen zijn net geweest. Wat moet een nieuwe regering volgens jou doen voor ZZP’ers.

Een aanzienlijk deel (25,6%) van de ZZP’ers heeft zeker niet de ambitie om via het bedrijf pensioen op te bouwen. De koopkracht van deze ZZP’ers zal later dan lager zijn wanneer zij geen aanvullend pensioen hebben maar alleen de AOW. Dit is ongunstig voor de economie en de overheid kan zich dan ook richten op het stimuleren van aanvullende pensioenopbouw van ZZP’ers. Daarnaast kan de overheid werken aan mogelijkheden voor ZZP’ers om aan het pensioen te bouwen. Op deze manier wordt het voor meer ZZP’ers mogelijk om aan een aanvullend pensioen te werken. Het is belangrijk dat het voor alle ZZP’ers mogelijk is om een goed pensioen te kunnen opbouwen. Hierin is een taak voor de overheid weggelegd.

Ook komt uit mijn onderzoek naar voren dat een groot deel van de ZZP’ers vindt dat sociale zekerheid als ZZP’er moeilijk te behalen is. Ik denk daarom dat het van belang is dat de overheid ook voor andere sociale wetgeving kijkt wat er mogelijk is voor ZZP’ers. Bijvoorbeeld het verbeteren van de WAO verzekering voor ZZP’ers.
Daarnaast geven vele ZZP’ers aan dat zij het bedrijf als voornaamste inkomstenbron willen gebruiken. ZZP’ers die door een gebrek aan werk nevenactiviteiten moeten uitvoeren kunnen ondersteund worden. De overheid kan zich inzetten voor deze ambitie in een periode van economische tegenwind, zodat de ZZP’er in staat is om in de toekomst de ambitie te vervullen. Door bijvoorbeeld het instellen van een minimumtarief of door het beschikbaar stellen van specifieke leningen kunnen zij ZZP’ers helpen om een financieel ongunstige periode te overbruggen. Dergelijke maatregelen hebben een ondersteunende werking en kunnen voorkomen dat ZZP’ers failliet gaan, terwijl zij in de toekomst zeer vruchtbaar kunnen zijn.

Kennis van de onderliggende factoren van ambities kan door diverse partijen worden toegepast om de ambities al naar gelang het gewenste resultaat te kunnen beïnvloeden. Ook de overheid kan specifiek beleid en actieplannen opstellen om zich hard te maken voor de ambities van ZZP’ers. Mijn onderzoek geeft dan ook voor de overheid diverse beleidsimplicaties, gericht op het beïnvloeden van ambities. De nadruk ligt hierbij op zaken zoals het stimuleren van het fulltime ZZP’er zijn, stimuleren van prestatiebehoefte en het verbeteren van de haalbaarheid van sociale zekerheid. Van alle drie deze factoren is namelijk het belang met betrekking tot ambities in mijn onderzoek aangetoond.

Een uitgebreidere versie van dit interview met Esther Ramackers kunt u hier vinden. Mocht u het interessant vinden om meer te lezen over het onderzoek van Esther, dan kunt u haar scriptie opvragen door een mailtje te sturen naar esther.ramackers@hotmail.com

Esther Ramackers is een van de deelnemers aan de ZiPconomy Scriptieprijs 2012. Aanmelden voor deze prijs voor de beste Masterscriptie kan nog tot 15 september. Meer informatie over het event op 21 november waar SER voorzitter Wiebe Draijer de prijs zal uitreiken vindt u hier.

1 Flares Twitter 1 Facebook 0 Google+ 0 LinkedIn 0 1 Flares ×
});